Werk van docenten, juristen en managers vergt het vaakst veel aandacht

In 2025 zei 72% van de werknemers dat dat hun werk vaak of altijd veel aandacht van ze vraagt, terwijl dit in 2015 nog 75% was. Vooral werknemers in een beroep met complexe gespecialiseerde taken (beroepsniveau 4) zeggen dat hun werk veel aandacht vraagt: 85%. Bij werknemers met eenvoudig en routinematig lichamelijk werk (beroepsniveau 1) is dat 38%. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) van het CBS en TNO.

Docenten hebben het vaakst werk dat veel aandacht vraagt

Docenten zeggen het vaakst dat hun werk vaak of altijd veel aandacht vraagt (90%). Juristen en managers op administratief en commercieel gebied delen de tweede plek, met voor allebei 89%. Onder schoonmakers en keukenhulpen, hulpkrachten transport en logistiek, hulpkrachten bouw en industrie en verkopers vindt minder dan de helft dat hun werk vaak of altijd veel aandacht vraagt.

Merendeel zegt dat het makkelijk is om de aandacht erbij te houden

Van de werknemers die zeggen dat het werk vaak of altijd veel aandacht vergt, vindt het grootste deel dat ze hun aandacht er (heel) makkelijk kunnen bijhouden. Van alle docenten zegt bijvoorbeeld ruim de helft dat hun werk vaak veel aandacht vraagt, maar dat het wel makkelijk is om de aandacht erbij te houden.

Auteurs en kunstenaars geven met 9% het vaakst aan dat hun werk veel aandacht vraagt en dat het moeilijk is om de aandacht erbij te houden. Ook bij specialisten ICT, adviseurs marketing, public relations en sales en ingenieurs en onderzoekers wis- en natuurkunde en technische wetenschappen komt dat naar verhouding vaak voor.

Jongeren zeggen het minst vaak dat hun werk veel aandacht vraagt

Mannen en vrouwen hebben even vaak werk dat veel aandacht vraagt; beide 72% in 2025. Bij jongeren tot 25 jaar is dit aandeel relatief laag: 52%. Zij werken vaak in banen op het laagste beroepsniveau, bijvoorbeeld als bijbaan. Als het werk wel veel aandacht vraagt, is het voor jongeren wel relatief vaak (heel) makkelijk om de aandacht erbij te houden.

Relevante links

Toelichtingen

Beroepsniveaus laten CBS en TNO in de NEA zien met de Beroepenclassificatie ROA CBS uit 2014 (BRC 2014). De BRC 2014 bestaat uit beroepsniveau 1 tot en met 4, waarbij niveau 1 het laagste en niveau 4 het hoogste niveau is.

  • Niveau 1: Eenvoudige routinematige taken waarvoor een elementair of lager onderwijsniveau is vereist, bijvoorbeeld hulpkrachten landbouw, vakkenvullers, dagbladbezorgers.
    • Niveau 2: Weinig tot middelmatig complexe taken waarvoor een lager of middelbaar onderwijsniveau is vereist, bijvoorbeeld receptionisten, beveiligingspersoneel, automonteurs.
    • Niveau 3: Complexe taken waarvoor een middelbaar of hoger onderwijsniveau is vereist, bijvoorbeeld boekhouders, apothekersassistenten, sociaal werkers.
    • Niveau 4: Zeer complexe gespecialiseerde taken waarvoor een hoger of wetenschappelijk onderwijsniveau is vereist, bijvoorbeeld leerkrachten basisonderwijs, architecten, artsen.

Zie voor meer informatie over de BRC 2014 en de criteria die gebruikt worden om de niveaus te bepalen de methodologische toelichting BRC.